Psychologische hulpverlening voor kinderen en jeugdigen
Binnen Devotas staat het kind centraal. Tegelijkertijd zien wij een kind altijd in samenhang met zijn of haar ouders en het gezin waarin het opgroeit. Deze context is van grote invloed op de ontwikkeling van een kind. Daarom besteden wij in de hulpverlening ook aandacht aan ouders en, waar passend, aan het hele gezin.
Opvoeden is niet altijd eenvoudig, zeker niet wanneer een kind extra ondersteuning nodig heeft. Er bestaat geen standaardoplossing die in elke situatie werkt. Meestal lukt het ouders om met opvoedvragen en zorgen om te gaan, maar soms lopen ouders en/of school vast en ontstaat de behoefte aan extra inzicht, begeleiding of ondersteuning. Wij denken daarin graag mee.
Samenwerking met ouders en gezin
Ouders en eventueel andere gezinsleden krijgen ondersteuning, uitleg en praktische handvatten. Indien nodig worden zij actief betrokken bij de behandeling. Samenwerking staat centraal: wanneer ouders, kind en behandelaar gezamenlijk optrekken, kan een kind vaak sneller en effectiever geholpen worden.
Eerste gesprek (intake)
Onze psycholoog of orthopedagoog ontvangt ouders graag voor een eerste gesprek. U kent uw kind als geen ander en beschikt over waardevolle informatie over wie uw kind is en waar hij of zij tegenaan loopt. Tijdens dit gesprek maken wij samen een inventarisatie van de zorgen, vragen en doelen. Uw kind hoeft bij dit eerste gesprek nog niet aanwezig te zijn.
Het hulpverleningstraject
In het eerste gesprek bespreken we ook hoe het verdere traject eruit kan zien. Dit kan bestaan uit advisering, psychologisch onderzoek, behandeling, training of een combinatie hiervan. Het aantal gesprekken en/of onderzoeken is afhankelijk van de aard en ernst van de problematiek. Soms volstaat een kortdurend adviestraject, soms is een langer traject nodig.
Psychologisch onderzoek: wanneer en waarom
Tijdens de intake kan blijken dat psychologisch onderzoek helpend is. Onderzoek wordt ingezet om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het functioneren, de vaardigheden en eventuele klachten van uw kind. De manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, is afhankelijk van de leeftijd van uw kind, de hulpvraag en de aard van de klachten.
Onderzoek is bedoeld als hulpmiddel om de hulpvraag zorgvuldig en goed te beantwoorden. Soms kunnen er meerdere verklaringen zijn voor de problemen die worden gezien; onderzoek kan helpen om hierin meer duidelijkheid te krijgen.
Hoe verloopt het onderzoek?
Het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen, zoals:
- het afnemen van testen met opdrachten en vragen;
- het invullen van vragenlijsten door het kind (indien passend);
- vragenlijsten voor ouders en soms ook voor school.
Welke instrumenten worden ingezet, hangt af van de vraagstelling en de leeftijd van uw kind. Wij vragen ouders om vragenlijsten zo volledig en onafhankelijk van elkaar in te vullen. Dat kan tijd kosten, maar is van grote waarde voor een zorgvuldig beeld. Het is normaal dat ouders hun kind verschillend ervaren; juist die verschillen geven belangrijke informatie.
Het onderzoek wordt meestal over meerdere momenten verdeeld om de belasting voor het kind zo beperkt mogelijk te houden. Daarbij houden wij rekening met het tempo en de belastbaarheid van uw kind. Ouders zijn tijdens de afname niet aanwezig.
Rapportage en terugkoppeling
Na afronding van het onderzoek worden alle resultaten geanalyseerd en in samenhang bekeken. De bevindingen worden uitgewerkt in een uitgebreid onderzoeksrapport met conclusies en adviezen. Deze worden zorgvuldig met ouders besproken.
Bij kinderen vanaf 12 jaar is toestemming van de jeugdige nodig om de inhoud met ouders te bespreken. Wij lichten de meerwaarde van een gezamenlijk gesprek altijd toe en gaan hierin zorgvuldig om met de geldende privacy- en geheimhoudingsregels. Meer informatie hierover is te vinden via de Patiëntenfederatie.
Hoe wij omgaan met onderzoek en diagnoses binnen de Basis GGZ Jeugd
Ouders en scholen vragen ons regelmatig of een kind een diagnose heeft. Die vraag is begrijpelijk. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om zorgvuldig en verantwoord om te gaan met het stellen van diagnoses.
Onderzoek met een duidelijk doel
Binnen de Basis GGZ doen wij onderzoek om te begrijpen waar een kind of jongere vastloopt en om te bepalen welke begeleiding of behandeling passend is. Daarbij kijken wij altijd breed: naar het kind zelf, het gezin, school en de bredere omgeving.
Wanneer wel en wanneer geen diagnose
Wij stellen alleen een diagnose wanneer deze duidelijk, ondubbelzinnig en met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Dat is niet altijd mogelijk. Soms is het beeld nog in ontwikkeling, zijn klachten sterk contextafhankelijk of zijn er meerdere verklaringen denkbaar.
In zulke situaties kiezen wij ervoor om zorgvuldig te beschrijven:
- welke kenmerken en moeilijkheden we zien;
- in welke situaties deze optreden;
- wat helpend kan zijn in de begeleiding of behandeling.
Een heldere beschrijving van het functioneren is vaak waardevoller dan een diagnose die onvoldoende onderbouwd is.
Specialistische zorg indien nodig
Wanneer diepgaander specialistisch onderzoek nodig is, of wanneer de problematiek de mogelijkheden van de Basis GGZ overstijgt, verwijzen wij door naar de Specialistische GGZ. Ondanks langere wachttijden vinden wij het belangrijk om hierin eerlijk en zorgvuldig te zijn.
Onze visie op diagnoses
Een diagnose heeft voor ons alleen waarde als deze:
- bijdraagt aan beter begrip;
- richting geeft aan behandeling;
- en daadwerkelijk iets oplevert voor het kind of de jongere.
Daarom zijn wij terughoudend met het stellen van diagnoses en kiezen wij voor maatwerk, zorgvuldigheid en duidelijkheid.
Waarom wij terughoudend zijn
Een diagnose kan helpend zijn, maar is niet altijd nodig. Soms kan een label ook nadelige gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een kind zich ermee gaat identificeren of vooral vanuit dat label wordt benaderd.
Door alleen een diagnose te stellen wanneer deze duidelijk en goed onderbouwd is, willen wij onnodige stigmatisering voorkomen. In plaats daarvan richten wij ons op:
- wat een kind nodig heeft;
- waar het vastloopt;
- en welke ondersteuning helpt om verder te komen.
Zo blijft de aandacht gericht op ontwikkeling en mogelijkheden. Wanneer een diagnose wél passend en nodig is, benoemen wij deze zorgvuldig en leggen wij uit wat deze betekent en ook wat niet.
Zorgvuldige omgang met onderzoeksverslagen – In onze praktijk staat het belang van het kind altijd voorop. Onderzoeksverslagen bevatten vaak zeer persoonlijke en gevoelige informatie, zoals ontwikkelingsgeschiedenis, medische gegevens en psychologisch functioneren. Het is belangrijk dat deze informatie met zorg wordt behandeld en alleen terechtkomt bij wie dit echt nodig heeft.
Volgens de wetgeving (WGBO/Jeugdwet) hebben ouders met gezag recht op inzage in de gegevens van hun kind, afhankelijk van de leeftijd van het kind. Tegelijkertijd schrijft de AVG voor dat persoonsgegevens veilig verwerkt en verstrekt moeten worden. Ook de beroepscode van psychologen en orthopedagogen (NIP/NVO) benadrukt dat vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid richting het kind centraal staan.
Om te voorkomen dat gevoelige informatie zonder context of toestemming wordt gedeeld met derden (bijvoorbeeld familie, school of instanties), verstrekken wij verslagen niet digitaal aan ouders. Een digitaal document kan immers eenvoudig worden doorgestuurd en buiten de juiste context verkeerd worden geïnterpreteerd of zelfs stigmatiserend werken.
Daarom bespreken wij het verslag altijd persoonlijk en verstrekken wij het in papieren vorm. Zo kunnen wij toelichting geven en zorgen dat de informatie op een verantwoorde manier wordt gebruikt. Wanneer een andere zorgverlener het verslag nodig heeft, werken wij hier vanzelfsprekend aan mee. In dat geval verstrekken wij het verslag digitaal aan de desbetreffende zorgverlener via de beveiligde mail, maar uitsluitend na ontvangst van een schriftelijke toestemmingsverklaring van de ouders (en, indien van toepassing, ook van het kind zelf). Op deze manier combineren wij transparantie naar ouders met een zorgvuldige bescherming van de belangen van het kind.
Gescheiden ouders – Ouders hebben in de meeste gevallen het gezamenlijke gezag over hun kind(-eren). Dat betekent dat beide ouders gelijke rechten hebben. In geval van echtscheiding wordt een kind vaak door een van de ouders aangemeld. In dat geval heeft u als ouder, die behandeling vraagt voor uw kind (tot 16 jaar), de plicht om de andere ouder hierover te informeren, zodanig dat deze schriftelijk zijn/haar instemming vastlegt in het toestemmingsformulier voor diagnostiek en behandeling. Dit formulier wordt
opgeslagen in het dossier van uw kind. Pas nadat beide ouders hun toestemming hebben gegeven, kan er gestart worden met het onderzoek en de behandeling.
Om goede zorg te kunnen verlenen, is het noodzakelijk en verplicht om een dossier bij te houden, waarin wij de gegevens van uw kind, onze bevindingen en de voortgang van onderzoek en behandeling vastleggen. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO en de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WPB) bepalen samen hoe dit moet gebeuren. Eenhoofdig gezag zal aangetoond moeten worden door middel van een recent en origineel uittreksel uit het gezagsregister bij uw Gemeente (gratis). Soms dienen er meer documenten aangeleverd te worden om het gezag helder te krijgen. Mocht er sprake zijn van een voogd of OTS, dan dient dit eveneens kenbaar gemaakt te worden tijdens de eerste afspraak.
Jeugdwet –
Grotere kinderen hebben soms grotere problemen, pubers! –
Onderzoeken; (download informatie in pdf)
- Diagnostisch onderzoek (het in kaart brengen van cognitie en sociaal emotionele ontwikkeling),
- Waarop een aanvullend onderzoek mogelijk is naar Autisme, ADD of ADHD,
- Cognitief onderzoek, intelligentieprofiel, (hoog begaafd),
- Didactisch onderzoek als aanvulling op diagnostisch onderzoek, tbv alle leerproblemen als bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie,
- En bij hele jonge kinderen kan er een observationeel onderzoek gedaan worden.
Trainingen; (download informatie in pdf)
- Training “Rots en Water” of voor de kleinere kinderen “Kiezel en Druppel”,
- Sova Training of Sociale vaardigheidstraining,
- Training Zelfcontrole,
- Functietraining,
- T.O.M. Training (Theory of Mind of Theorie of Mind),
- Training voor pesters en gepesten,
- Grow up! Pubertraining (voor 12 jaar en ouder)
Specialisaties:
- ADD, ADHD,
- Autisme,
- Faalangst, Onzekerheid en verlegenheid, zelfbeeld
- Gedrags-
en werkhoudingsproblemen, regulatieproblemen - Pubergedrag,
- Identiteitsproblemen,
- Hechtingsproblematiek,
- Kind en echtscheiding.

